Bloedtest die wij aanbieden

Laboratorium Bloedtesten die wij aanbieden voor uw personeel:

Vitamine D3- en B12-status 1 bloedtest

door middel van een vingerprik

  • combinatietest bloedspiegel van 25-hydroxyvitamine D3 en bloedspiegel van actief vitamine B12
  • kan op elk moment van de dag afgenomen worden
  • de persoon hoeft niet nuchter te zijn op het moment van afname
  • Algemene informatie
    Bij deze combinatietest meet Hessels+Grob de bloedspiegel van 25-hydroxyvitamine D3 (calcidiol of ook wel 25(OH-D)) en de bloedspiegel van actief vitamine B12. Dit is de vitamine B12 die gebonden is aan het eiwit transcobalamine II. Dit complex wordt ook wel holotranscobalamine (holo-TC) genoemd. (Meer informatie is te vinden bij de afzonderlijke vitamine D3- en vitamine B12-test.)
  • Aandachtspunten bij het afnemen van de test
    Deze vitamine D3- en B12-test kan op elk moment van de dag afgenomen worden. De persoon hoeft niet nuchter te zijn op het moment van afname. Het is van belang om deze test te doen als iemand (nog) geen supplement met vitamine B12 gebruikt.
  • Rapportagetijd
    Na ontvangst van het bloedmonster in het laboratorium van Hessels+Grob duurt het doorgaans 5-8 werkdagen voordat u het resultaat (per mail) toegestuurd krijgt.
  • Optimale waarden
    Calcidiolspiegel: 75 – 150 nmol/L
  • (NB. In de reguliere geneeskunde wordt vaak een ondergrens van 50 nmol/L aangehouden.)
  • Actief vitamine B12: 60 – 350 pmol/L
  • (NB. In de reguliere geneeskunde wordt vaak een referentiewaarde van 20 – 120 pmol/L aangehouden.)

IgE allergie 1 bloedtest

door middel van een vingerprik

  • 54 van de meest voorkomende sIgE-antistoffen gelijktijdig kunnen worden aangetoond
  • op elk moment van de dag afgenomen worden
  • Algemene informatie
    Immunoglobulinen (afgekort Ig), ook antistoffen of antilichamen genoemd, zijn eiwitten die door de mens en andere gewervelde dieren worden geproduceerd als reactie op antigenen. Dat zijn lichaamsvreemde stoffen zoals virussen, bacteriën of grote moleculen. Doordat de antilichamen zich aan de lichaamsvreemde stoffen binden, kunnen deze onschadelijk worden gemaakt. IgE staat voor immunoglobuline van klasse E. Normaal gesproken maakt IgE slechts 0,05% uit van de totale Ig-concentratie in het bloed. Maar bij zogenaamde ‘atopie’ (aanleg voor het ontwikkelen van allergische aandoeningen) kunnen verhoogde IgE-spiegels voorkomen, evenals bij bepaalde autoimmuunziekten. Bij een allergische reactie maakt het lichaam sIgE-antistoffen aan, die specifiek (de afkorting ‘s’ in sIgE) gericht zijn tegen één eiwit (allergeen), wat vervolgens een allergische reactie teweeg kan brengen. Allergenen zijn in het algemeen natuurlijk voorkomende eiwitten waar het lichaam eenvoudig mee in contact komt via de slijmvliezen van de neus, ogen, mond, maag en darm. Allergene eiwitten komen voor in epitheel van dieren, mijten, insectengif, schimmels, pollen (stuifmeel) van bomen en planten, en voedingsmiddelen. Hierbij wordt respectievelijk gesproken over inhalatie- en voedselallergenen.
  • Voor het meten van sIgE-antistoffen maakt Hessels+Grob gebruik van een moderne techniek waarbij 54 van de meest voorkomende sIgE-antistoffen gelijktijdig kunnen worden aangetoond: huisstofmijt (d1 en d2), kat, hond, rund, paard, kippenei-eiwit en -eigeel, sesam, pinda, soja, hazelnoot, koemelk, amandel, krab, abrikoos, garnaal, tomaat, rundvlees, kabeljauw, wortel, aardappel, tarwebloem, bakkersgist, appel, roggebloem, alfa-lactalbumine, bèta-lactalbumine, caseïne, kiwi, selderij, schapenvlees, rijst, reukgras, Engels raaigras, kropaar, timoteegras, huisstof, bijengif, wespengif, kakkerlak, Penicillium notatum, Cladosporium herbarum, Aspergillus fumigatus, Alternaria alternata, els, cipres, berk, hazelaar, eik, latex, ambrosia, bijvoet, weegbree.
  • Aandachtspunten bij het afnemen van de test
    Deze IgE allergie-bloedtest kan door middel van een vingerprik op elk moment van de dag afgenomen worden. De persoon hoeft niet nuchter te zijn op het moment van bloedafname.

IgG4 voedselallergie (24) 1 bloedtest

door middel van een vingerprik

  • 24 (groepen van) allergenen getest
  • de persoon hoeft niet nuchter te zijn op het moment van bloedafname
  • Algemene informatie
    Immunoglobulinen (afgekort Ig), ook antistoffen of antilichamen genoemd, zijn eiwitten die door de mens en andere gewervelde dieren worden geproduceerd als reactie op antigenen. Dat zijn lichaamsvreemde stoffen zoals virussen, bacteriën of grote moleculen. Doordat de antilichamen zich aan de lichaamsvreemde stoffen binden, kunnen deze onschadelijk worden gemaakt.
  • Immunoglobulinen van het type G zijn de belangrijkste antistoffen die in ons bloed voorkomen en die het lichaam mede beschermen tegen infecties veroorzaakt door diverse typen pathogenen. IgG wordt aangemaakt bij een herhaalde blootstelling aan een pathogeen of andere lichaamsvreemde stof. IgG kan ook aangemaakt worden als het lichaam onterecht een bepaalde voedingsstof als bedreigend herkent (een allergie). IgG is onder te verdelen in 4 subklassen: IgG1, IgG2, IgG3 en IgG4. Immunoglobuline G4 (IgG4) is onder normale omstandigheden de minst voorkomende variant. Onder sommige omstandigheden kan de hoeveelheid IgG4 in het bloed of in de weefsels echter verhoogd zijn.
  • In 2003 is door een Japanse onderzoeksgroep (van T. Kamisawa) voor het eerst beschreven dat een overmaat aan IgG4 geassocieerd is met ontstekingen in de pancreas (type I pancreatitis). Vanaf 2003 zijn er honderden publicaties verschenen die de associatie beschrijven tussen een overmaat aan IgG4 in het lichaam en fibroserende ontstekingen (gepaard gaande met bindweefselvorming) in alle organen: vooral de alvleesklier, darm, gal en lever zijn voorkeursorganen waar deze ontstekingen kunnen voorkomen, maar ook de nier en schildklier worden frequent genoemd. Daarnaast kunnen ook ontstekingen optreden in onder andere de aorta, huid en longen. Het moet derhalve als een systemische ziekte worden beschouwd. Als entiteit wordt dit ziektebeeld ’IgG4 gerelateerde ziekte’ (IgG4-RD) genoemd. De klachten zijn vaak atypisch en in het algemeen passend bij ontstekingen: vermoeidheid, spierpijn, gewrichtspijn, buikpijn, maar meestal geen koorts. Specifieke klachten kunnen optreden ten gevolge van aangedane organen. Er is een relatie aangetoond tussen IgG4-RD en het voorkomen van allergie en inflammatoire darmziekten, zoals colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn. Dit wil nog niet zeggen dat er een oorzakelijk verband bestaat, maar wel dat IgG4-RD vaker voorkomt bij deze aandoeningen.
  • Zeer recent is een relatie gelegd tussen het ontstaan van deze allergische ontstekingen en de hoogte van door voedingsstoffen gevormde IgG4-antistoffen. Ook deze relatie toont nog geen oorzakelijk verband aan. Er is echter voldoende aangetoond dat daling van de IgG4-titer (gehalte IgG4 in het bloed) door (tijdelijke) eliminatie van de betreffende voedingsstoffen klachten doet verminderen of zelfs volledig doet verdwijnen. Deze voedingsinterventie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de preventie van deze fibro-inflammatoire ziekten. Eveneens zijn er aanwijzingen dat het verlagen van IgG4 bij kan dragen aan het succes van een afslankdieet.

Cardio-metabool profiel 1 bloedtest

door middel van een vingerprik

  • high sensitive C- reactief proteïne (hs-CRP) bepaling
  • Algemene informatie
    Metabole ontregeling wordt veelal veroorzaakt door een eet- en leefpatroon wat zich kenmerkt door weinig beweging en veel snel resorbeerbare koolhydraten met hoge glycemische index, een ongezond vetzuurprofiel met verstoorde omega 6: omega 3-verhouding en relatief weinig eiwitten. Dit zorgt dagelijks voor veel hoge insulinepieken. Na verloop van tijd worden met name spier- en levercellen steeds minder gevoelig voor insuline en is er steeds meer insuline nodig om de glucosespiegel op peil te houden (insulineresistentie). Na verloop van tijd lukt dit onvoldoende en zal de gemiddelde glucosespiegel stijgen. Een gevoelige methode om dit te meten is de HbA1c-bepaling. Hemoglobine A1c is een vorm van hemoglobine die ontstaat door versuikering (glycosylering) van het hemoglobinemolecuul. Bij een HbA1c-bepaling wordt de glycosylering van hemoglobine van de afgelopen drie maanden gemeten. Hiermee kan een schatting worden gemaakt van de gemiddelde bloedglucosespiegel gedurende die periode (estimated average glucose; eAG). Ten gevolge van de toenemende insulinespiegels treedt er een verandering op in het cholesterolmetabolisme, wat zich uit in te lage HDL-cholesterolwaarden (en te hoge totaal cholesterol / HDL cholesterol-ratio) en te hoge triglyceridewaarden. De aanmaak van extra triglyceriden door de lever leidt uiteindelijk tot vetophoping, meestal in de buik en organen. Dit viscerale vetweefsel speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van chronische laaggradige ontstekingen. Bij elke vorm van ontsteking maakt het lichaam (de lever) het ontstekingseiwit C-reactief proteïne (CRP) aan. Bij chronische laaggradige ontstekingen wordt hier langdurig een hele kleine hoeveelheid van aangemaakt. Daar is een speciale, extra gevoelige bepaling voor nodig om dit te meten, namelijk de high sensitive C- reactief proteïne (hs-CRP) bepaling. Hs-CRP is een uitstekende marker voor het aantonen van laaggradige ontstekingen.
  • Aandachtspunten bij het afnemen van de test
    Dit cardio-metabool profiel kan door middel van een vingerprik afgenomen worden. De persoon moet nuchter zijn op het moment van afname. Dat betekent 10 uur voor de bloedafname geen eten en drinken (ook geen alcohol). Water en thee (zonder suiker) zijn eventueel wel toegestaan.
  • Rapportagetijd
    Na ontvangst van het bloedmonster in het laboratorium van Hessels+Grob duurt het doorgaans 2-3 werkdagen voordat u het resultaat (per mail) toegestuurd krijgt.
  • Optimale waarden
    De optimale waarde voor HbA1c is 22 – 36 mmol/mol Hb. Bij een licht verhoogde waarde van 36 – 46 mmol/mol Hb is sprake van verstoorde glucosetolerantie (insulineresistentie) en bij een waarde > 46 mmol/mol Hb is sprake van diabetes. De diagnose diabetes moet echter vastgesteld worden uit meerdere glucosemetingen uit veneus afgenomen bloed. Bij verdenking op diabetes is verwijzing naar een huisarts voor verder onderzoek noodzakelijk.
  • Als optimale waarden voor het lipidenprofiel worden gehanteerd:
    Totaal cholesterol (TC) < 5,0 mmol/L
    HDL-cholesterol (HDLC) > 1,5 mmol/L
    TC/HDLC-ratio < 3,6
    LDL-cholesterol (LDLC) < 3,0 mmol/L
    Triglyceriden (TG) < 2,5 mmol/L
  • Bij een totaal cholesterolwaarde > 8 mmol/L kan er sprake zijn van familiaire hypercholesterolemie (FH). Verwijzing naar een huisarts is dan noodzakelijk.

Lever- en nierfunctie 1 bloedtest

door middel van een vingerprik

  • de persoon hoeft niet nuchter te zijn op het moment van bloedafname
  • Algemene informatie
    Leverziekten komen voor in verschillende vormen en gradaties. Er zijn daarom meerdere markers nodig om de aard van een leveraandoening vast te kunnen stellen. Alanine-aminotransferase (ALAT) en aspartaat-aminotransferase (ASAT) zijn enzymen die vrijkomen bij beschadiging van levercellen. Dit gebeurt bij elke vorm van ontsteking in de lever. Bij een virale leverinfectie is ALAT meestal veel hoger (> 100 U/L) dan ASAT, terwijl bij leveraandoeningen door andere oorzaken (alcohol, medicijnen, auto-immuunontsteking, fibro-inflammatie [ontsteking gepaard gaande met bindweefselvorming] ) ALAT en ASAT in ongeveer dezelfde mate verhoogd zijn. Een veel voorkomende leveraandoening is leververvetting (steatose) ten gevolge van chronisch verhoogde insulinewaarden (insulineresistentie) als onderdeel van het metabool syndroom (non-alcoholic fatty liver disease; NAFLD). Vaak zijn dan ALAT en ASAT licht verhoogd (25 – 100 U/L). Ferritine is een meer gevoelige marker bij dit soort ontstekingen en is sneller verhoogd (> 150 μg/L) (ferritine wordt bepaald bij de ijzerstatus-bloedtest, zie verderop). Als de (kleine) galwegen in de lever aangedaan zijn bij een ontsteking kunnen ALAT en ASAT normaal zijn, terwijl de enzymen alkalische fosfatase (AF) en gamma-glutamyl transferase (GGT) dan wel verhoogd zijn. Ook bij een ontsteking of obstructie van de galblaas zijn AF en GGT (meestal) verhoogd.
  • Kreatinine is een afbraakproduct van de spieren en wordt continu en gelijkmatig afgegeven aan het bloed. De nieren scheiden kreatinine zeer effectief uit. Al bij een geringe verstoring in de nierfunctie wordt er minder kreatinine in de urine uitgescheiden en treedt er een toename op in de plasma kreatinineconcentratie. Bij de interpretatie moet echter wel rekening worden gehouden met de hoeveelheid spiermassa.
  • Aandachtspunten bij het afnemen van de test
    De lever- en nierfunctie-bloedtest kan door middel van een vingerprik afgenomen worden. De persoon hoeft niet nuchter te zijn op het moment van bloedafname.
  • Rapportagetijd
    Na ontvangst van het bloedmonster in het laboratorium van Hessels+Grob duurt het doorgaans 2-3 werkdagen voordat u het resultaat (per mail) toegestuurd krijgt.
  • Optimale waarden
    De optimale waarden voor ALAT en ASAT zijn < 25 U/L, terwijl regulier wat hogere waarden worden gehanteerd (< 45 of < 35 U/L). Voor alkalische fosfatase (AF) en voor kreatinine worden leeftijds- en geslachtsafhankelijke referentiewaarden gehanteerd. Een GGT-waarde < 50 U/L wordt (ook regulier) als optimaal gezien.

Schildklierfunctie 1 bloedtest

door middel van een vingerprik

  • vaststellen van de schildklierfunctie aan de hand van drie testen
  • Algemene informatie
    Vaststellen van de schildklierfunctie gebeurt aan de hand van drie testen: het hypofysehormoon thyroïd stimulerend hormoon (TSH) en de schildklierhormonen vrij tetrajoodthyronine (vrij T4 of ook wel FT4) en vrij trijoodthyronine (vrij T3 of FT3). ‘Vrij’ schildklierhormoon is de fractie die ongebonden in het bloed aanwezig is. Het overgrote deel van T4 en T3 in het bloed is gebonden aan eiwitten en is inactief. Alleen vrij schildklierhormoon is in staat om een hormonale functie uit te oefenen. T4 wordt hiertoe eerst omgezet in het veel actievere T3, onder andere in de lever. Om inzicht te krijgen in de perifere omzetting van T4 naar het bioactieve T3 wordt ook de vrij T3/vrij T4-ratio berekend.
  • Aandachtspunten bij het afnemen van de test
    De schildklierfunctie-bloedtest kan door middel van een vingerprik afgenomen worden. De persoon hoeft niet nuchter te zijn op het moment van bloedafname. Vanwege (gering) dag-nacht ritme van TSH (iets lager in de middag en avond) is bloedafname in de ochtend aan te bevelen. Let op: bij gebruik van schildklierhormoonmedicatie de bloedafname minimaal 4 uur na inname verrichten.
  • Rapportagetijd
    Na ontvangst van het bloedmonster in het laboratorium van Hessels+Grob duurt het doorgaans 2-3 werkdagen voordat u het resultaat (per mail) toegestuurd krijgt.
  • Optimale waarden
    Voor TSH worden optimale waarden gehanteerd van 0,3 – 2,5 mU/L. De bovengrens in de reguliere geneeskunde is met 4,5 mU/L iets hoger. Voor respectievelijk vrij T4 en vrij T3 zijn de optimale waarden: 12 – 25 pmol/L en 3,1 – 6,8 pmol/L. Een optimale ratio van vrij T3/vrij T4 is 0,20 – 0,40.

IJzerstatus 1 bloedtest

door middel van een vingerprik

  • analyse van ferritine, transferrine en ijzerconcentratie
  • deze bloedtest wordt bij voorkeur in de ochtend afgenomen
  • Algemene informatie
    Voor het vaststellen van de ijzerstatus is ferritine de belangrijkste parameter. Ferritine is een eiwit dat zorgt voor de binding (opslag) van ijzer in de lever en het beenmerg. Er is ook altijd een kleine hoeveelheid ferritine in het bloed aanwezig. Bepalen van het ferritine in bloed is een goede maat voor de totale hoeveelheid ijzer in het lichaam. Omdat in sommige gevallen ferritine verhoogd kan zijn los van de ijzerstatus (bij ontstekingsprocessen, vooral in de lever) is het noodzakelijk deze analyse te combineren met het bepalen van transferrine (transporteiwit voor ijzer in het bloed) en de ijzerconcentratie in het bloed.
  • Aandachtspunten bij het afnemen van de test
    Bij veel individuen neemt de ijzerconcentratie in het bloed geleidelijk toe in de loop van de dag. Het is daarom aan te bevelen de bloedafname vroeg in de ochtend uit te voeren.
  • Rapportagetijd
    Na ontvangst van het bloedmonster in het laboratorium van Hessels+Grob duurt het doorgaans 2-3 werkdagen voordat u het resultaat (per mail) toegestuurd krijgt.
  • Optimale waarden
    Vanwege het grote belang van een optimale ijzerstatus hanteren we voor ferritine iets nauwere grenzen zowel aan de boven- als aan de onderkant: 30 – 100 μg/L. Regulier is dat meestal 20 – 150 μg/L (voor vrouwen) en 25 -150 μg/L (voor mannen).
  • Transferrine is optimaal tussen 2,0 en 4,0 g/L met een bijbehorende transferrinesaturatie van 15 – 45 %.